Blog

Botsende paradigma’s, of rechtsstatelijke waarborging ADR

waarborging

Onderzoek naar Mediation en wetgeving

Er zijn ontwikkelingen te melden rondom de te verwachten wetgeving rond mediation. In oktober 2017 namelijk is het eindrapport verschenen van het onderzoek naar “de rechtsstatelijke waarborging van buitengerechtelijke geschiloplossing”. Voorwaar een hele mond vol. Het onderzoek is in opdracht van het WODC[1] verricht door het Montaigne Centrum voor Rechtspleging en Conflictoplossing[2]. Het onderzoek betreft zowel arbitrage als bindend advies en mediation. Voor ons mediators is natuurlijk dat laatste onderdeel het meest relevant.

Conclusie: terughoudendheid geboden.

Conclusie van het onderzoek luidt dat terughoudendheid is geboden bij overheidsregulering van mediation omdat bij mediation de ‘keuzevrijheid en zelfbeschikking van betrokkenen centraal staat’. Daarbij past het dat zij zelf vorm en inhoud kunnen bepalen bij de oplossing van hetgeen hen verdeeld houdt. De onderzoekers zeggen dan ook dat dit ‘niet vanzelfsprekend een overheidsaangelegenheid is die regelgeving of toezicht vereist.”

Aanleiding onderzoek

Rechtspraak door de overheid is omgeven met veel waarborgen ter bescherming van de burger. Door al deze waarborgen zijn de procedures vaak lang en kostbaar. Als toegankelijker alternatief voor de overheidsrechtspraak is vlak na de tweede wereldoorlog Arbitrage als een vorm van private rechtspraak ontstaan. Toegankelijker en sneller en speciaal voor het bedrijfsleven. Later is daar bindend advies aan toegevoegd, met name waar het gaat over consumenten geschillencommissies. En vanaf medio jaren negentig van de vorige eeuw ook mediation. Omdat regulering van deze vormen van alternatieve geschiloplossing (dat wil zeggen anders dan door de overheidsrechter) is overgelaten aan de markt roept dat regelmatig vragen op over de rechtmatigheid en de waarborgen omtrent onafhankelijkheid en kwaliteit. Deze vragen vormen de aanleiding voor dit onderzoek.

Botsende paradigma’s

Hier volgt een letterlijk citaat uit het onderzoek omdat dit naar onze mening een hele heldere onderbouwing geeft van de verhouding tussen waarborgen (al dan niet rechtsstatelijk) en effectiviteit van buitengerechtelijke vormen van geschilbeslechting.

Het eerste is het paradigma van de waarborgen, dat de vormgeving van het stelsel van overheidsrechtspraak in hoge mate heeft bepaald en dat wordt gedomineerd door wetten en regels en formalisme. Dit heeft zowel bijgedragen aan de betrouwbaarheid van het stelsel en het vertrouwen van burgers in dat stelsel als aan de gebreken van het stelsel, zoals relatieve traagheid en kostbaarheid van procedures en een gebrek aan oplossend vermogen. Het tweede paradigma is dat van de autonomie en zelfbeschikking. Hierin staat de keuzevrijheid en zelfbeschikking van partijen centraal om zelf de vorm en inhoud te bepalen van de oplossing van hun geschil. Het is geen vanzelfsprekendheid dat dit een overheidsaangelegenheid is die regelgeving of toezicht vereist. Hier geldt dat evenals het partijen in beginsel vrijstaat om de overeenkomsten aan te gaan die zij verkiezen (contractvrijheid), zij ook de beslechting of oplossing van hun geschil zelf kunnen vormgeven.

Terughoudendheid in overheidsregulering

Toegevoegde waarde van (met name) mediation ligt vooral in het feit dat het maatwerk betreft waarin betrokkenen zelf verantwoordelijk zijn voor de oplossing. Dat het een informele procedure betreft die sneller kan worden doorlopen dan de met veel meer waarborgen omklede overheidsrechtspraak. Het genoemde onderzoek is gericht geweest op het zoeken van een benadering die het evenwicht tussen beide belangen beoogt. De centrale vragen van het onderzoek waren dan ook “of rechtsstatelijke waarborgen (of kernwaarden) in de huidige situatie voldoende verzekerd zijn bij deze vormen van geschiloplossing en welke ijkpunten kunnen worden geformuleerd om deze waarborgen te versterken”. De onderzoekers laten in hun rapport weten dat het algehele beeld waar het gaat om het voldoen aan rechtsstatelijke waarborgen door aanbieders van ADR “bepaald niet negatief is”. De onderzoekers concluderen dat relevante waarborgen in de meeste gevallen bij wet (vooral arbitrage), reglement of anderszins verzekerd zijn. De onderzoekers zien dan ook geen reden “voor ingrijpende wijziging van het huidige stelsel”. Deze conclusie is in lijn met het advies dat de Raad van State uitbracht over de allereerste initiatiefwetsvoorstellen over de overheidsregulering van mediation[3]. Terughoudendheid is dan ook geboden. Omdat: verdere formalisering ten koste zou kunnen gaan van de aantrekkelijkheid en kracht van ADR.

 Mediationwetgeving en het MfN-register

Zo er nu nog wetten rond mediation te verwachten zijn dan zullen die geen grote veranderingen teweeg brengen in de huidige opzet. Voorwaar een compliment voor al diegenen die hun steentje hebben bijgedragen aan het huidige systeem van waarborgen en kwaliteit van mediation! De kracht van het MfN register lijkt hierdoor bewezen. Laten we vooral verder doorgaan op deze weg. Adequate waarborging van de kwaliteit van mediation en mediators op basis van geaccrediteerde opleidingen en toetsing door klacht- en tuchtrecht.

 

 

[1] Het WODC wil een toonaangevend wetenschappelijk onderzoeks- en kenniscentrum zijn voor het veld van Justitie en Veiligheid. Dat realiseert het door het uitvoeren van eigen onderzoek, het verzamelen van statistische informatie over Justitie en Veiligheid en het uitbesteden van onderzoek aan externe partijen (universiteiten en onderzoeksinstituten).

[2] In dit centrum bundelt de Universiteit Utrecht multidimensionale expertise op het terrein van rechtspleging en conflictoplossing.

[3] https://www.raadvanstate.nl/adviezen/samenvattingen/tekst-samenvatting.html?id=242

Reactie achterlaten